Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

Durfkapitaal

Overheden zijn sinds jaar en dag grote investeerders van publiek durfkapitaal. Zij steken geld in projecten waar de markt voor terugdeinst, omdat de risico’s groot zijn en de kans op rendement klein. We hebben er veel aan te danken. Watermanagement als exportproduct voor industrie en consultants; het internet; de mobiele telefoon. Er zijn voorbeelden te over.

Experimenten

Ook in het sociale domein steekt de overheid veel durfkapitaal. Neem de decentralisatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de participatiewet en de jeugdwet. Die is niet alleen maar een herschikking van middelen en bevoegdheden, waarvan de effecten inmiddels met gefronste wenkbrauwen worden bekeken. Die is óók een met innovatiebudgetten geschraagde poging om verandering te brengen in wat Hans Achterhuis ooit “de markt van welzijn en geluk” noemde. Het is moeilijk voorstelbaar dat een private onderneming met zoveel onzekerheid over de te behalen opbrengsten op vergelijkbare schaal vernieuwingsbudgetten zou hebben vrijgemaakt. Of neem de talloze experimenten om burgers en belangenorganisaties te laten deelnemen, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van natuur en landschap, de bouw van woningen en wijken, het bestuur van buurten. Ook daar is in de vorm van geld, mensuren, kennis en kunde, veel durfkapitaal mee gemoeid.

Beheerder

Als overheden publiek durfkapitaal investeren, dan zijn wij de kapitaalverschaffers, politici de samenstellers van investeringsportfolio’s en ambtenaren de beheerders ervan. Zij moeten bevorderen dat de investeringen gaan renderen – dat vernieuwingen en veranderingen doorwerken in de manier waarop we zorg verlenen, onderwijs geven, huisvesting realiseren, participeren op wijk- en buurtniveau… Dan kom je er niet met het schrijven van een subsidiebrief en het inrichten van een begeleidingscommissie. Dat is te statisch. De bereidheid ergens in te investeren is een eerste interventie in een lange reeks, waarin je met betrokkenen en belanghebbenden onderzoekt op welke manier je de effecten bereikt en vasthoudt die je met elkaar als wenselijk hebt gedefinieerd. En dat maakt de beheerder van publiek durfkapitaal tot actieonderzoeker bij uitstek.

Verandering

Actieonderzoek is immers praktijkgericht onderzoek met als doel over een complex vraagstuk – zonder vaste relatie tussen oorzaak en gevolg, met veel actoren en factoren – nieuwe kennis te ontwikkelen en tegelijk de praktijk te verbeteren. En dat onderzoek doe je in die praktijk en samen met de belanghebbenden en betrokkenen: zij onderzoeken de verandering en geven die mede vorm.

Vak

Actieonderzoek doe je er niet “even bij” – het is een vak, met principes en methoden & technieken om kwaliteit te leveren in termen van praktische toepasbaarheid, betrouwbaarheid en ethisch verantwoord handelen. En zoals elk ander vak leer je actieonderzoek door kennis te nemen van de beginselen en die in samenwerking met anderen toe te passen.

Actieonderzoek doen

Daarvoor kunnen we onder meer terecht bij “Actieonderzoek doen” van Tonnie van der Zouwen. Zij werkt actieonderzoek daarin gestructureerd uit als een zich herhalende cyclus van voorbereiden, acties ontwerpen, acties uitvoeren, reflecteren, vastleggen en delen. Dit alles voorzien van tal van voorbeelden, modellen en tips en ondersteund door een online toolbox. De kernboodschap die ik er uithaal: ook actieonderzoek is een investering van (publiek) durfkapitaal. Het vergt tijd, wat geld en vooral nauwkeurige, gewetensvolle arbeid. En doordat je samen met de mensen die het aangaat, verbeteringen doorvoert en de effecten ervan onderzoekt, vergroot je de kans op duurzame verandering. De moeite waard voor wie investeringen van publiek durfkapitaal tot rendement wil brengen, door het beheer ervan actief met belanghebbenden op te pakken.