Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

De fluisteraars die in de coulissen staan, het luisterend oor hebben van de Top Dog en buitengewoon invloedrijk zijn. Over deze sfeermakers ging het blog van 23 september. Altijd handig om ze te kennen, want de weg naar de Top Dog gaat vaak via hen. In oktober verscheen bij uitgeverij Balans een boekje van Max van Weezel over Haagse fluisteraars: de spindoctors die politici met raad en daad terzijde staan. *)

Ongrijpbaar

Ongrijpbare wezens zijn het, die fluisteraars. Van Weezel gebruikt bijna dertig benamingen, en die hebben stuk voor stuk een andere lading. Naast fluisteraars heeft hij het over en spreekt hij met liaison officers, communicatie-experts, souffleurs, mannetjesmakers, mannetjesmakelaars, waakhonden van de partij, ongeleide projectielen, pottenkijkers, stoorzenders, Raspoetins, franc-tireurs, persoonlijk woordvoerders, politieke antennes, persoonlijk assistenten, politiek adviseurs, vleugeladjudanten, wheelers and dealers, persoonlijk secretarissen, waterdragers, brandweermannen, politiemannen, strategisch adviseurs, vertrouwenspersonen, duvelstoejagers, buddies, oliemannetjes en misschien heb ik nog wel een paar kwalificaties over het hoofd gezien.

Waterscheiding

Van Weezel laat van binnenuit de waterscheiding zien tussen old skool voorlichters en de moderne regisseurs van politieke berichtgeving. De old skoolers mijden de publiciteit, gebruiken de anonimiteit om effectief te zijn. In de woorden van de door de wol geverfde Anne-Marie Stordiau: “Om effectief te kunnen zijn als voorlichter moet je niet zichtbaar zijn. Sterker nog: je moet absoluut onzichtbaar zijn en blijven.”

Anders werd het met de modernen, die getooid met bijnamen als Jack “het Lek” de Vries en de “Bos-boys”, zoals Tino Wallaart, zelf ook bekendheid verwierven en, daardoor niet gehinderd, voor hun politieke bazen de werkelijkheid vormden en kneedden.

Niet laten

Als Van Weezel met ze praat, kunnen de oliemannetjes het spinnen natuurlijk niet laten.

Een mooie komt van Wallaart, die woordvoerder was van milieuminister Jacqueline Cramer. Hij blijkt een voorstander van politieke consultancy naar Amerikaanse snit. Dat past toch niet in onze coalitiepolitiek, vindt Van Weezel. Nee, maar Wallaart is dan ook een voorstander van een tweepartijenstelstel: “In zo’n opzet zou de politiek adviseur veel beter tot zijn recht komen.” De adviseur is er kennelijk niet voor de politiek, maar de politiek voor de adviseur – de Top Dog is er voor de sfeermaker, en niet omgekeerd.

Het heeft niet veel om het lijf, zegt een ander: brieven beantwoorden en een kopje koffie halen voor de minister. Maar als het zo heel erg niks voorstelt, zou de minister ook wel zonder kunnen, lijkt me.

Hoe geloofwaardig?

Daarmee raken we aan een fundamenteel punt in de omgang met sfeermakers: eigenlijk heten ze allemaal Peter. Die riep dat de wolf kwam tot hij zijn geloofwaardigheid verloor. Hoe geloofwaardig is de sfeermaker?

De vraag stellen is haar beantwoorden. Het is dan ook raadzaam een sfeermaker wel serieus te nemen, maar niet ernstig, je altijd af te vragen: “what’s in it for him?”, en er rekening mee te houden dat de wolf toch ineens voor je neus kan staan.

*) Weezel, Max van: Haagse Fluisteraars, Uitgeverij Balans, ISBN 9789460033513