Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Bestuurlijk

De eerste politicus met wie ik in mijn werk te maken kreeg was Elco Brinkman, toen hij minister was van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Af en toe schreef ik een toespraak voor hem. Dan werd ik vooraf door hem bijgepraat waar die zo ongeveer over moest gaan. Heel precies kwam dat niet, zijn invalshoek was doorgaans technisch-bestuurlijk en na vijf minuten had hij wel duidelijk gemaakt wat hij wilde. De aangeleverde tekst was doorgaans ook in een, hooguit twee keer goed en als Brinkman de tekst – bij benadering – uitsprak hoorde je de zakelijke herstructureerder van het welzijnsveld die hij onder meer was.

Persoonlijk

Na Brinkman kwam Hedy d’Ancona en ook voor haar schreef ik soms een toespraak. De briefing en het schrijven kostten me veel meer tijd dan bij Brinkman. Veel sterker dan bij haar voorganger het geval leek, was bij D’Ancona het persoonlijke politiek. En dus waren haar toespraken veel politieker en vooral ook veel persoonlijker – wat het schrijven ervan tot een tour de force maakte, want hoe ik het ook plooide, het kon altijd persoonlijker en politieker. En dat bleek ook als D’Ancona de toespraak hield en het verhaal ter plekke nog sterker naar haar mond zette.

Samenvallen

Ik stak er van op dat beide politici, hoe verschillend ook, uit waren op een verhaal dat samenviel met hun manier van politiek bedrijven en dat daarmee met henzelf samenviel.

Later realiseerde ik me dat beiden aan een vorm van procesmanagement deden, door een zorgvuldig gecomponeerd beeld van zichzelf en hun bedoelingen te projecteren om draagvlak en draagkracht te vinden voor hun ideeën. Wat er gebeurt als beeld, boodschap en personage niet samenvallen bleek, toen Brinkman zijn beruchte shuffle deed, een los bedoelde podiumaanwezigheid die onecht overkwam.

Zelfkritiek

Daarin ligt ook de kern van de zelfkritiek die Pieter Hilhorst uitentreure beoefent in De belofte, het boek waarin hij zijn Werdegang als Amsterdams politicus analyseert. Het sterkste beeld is dat hij zich tegen beter weten in laat overhalen zijn krullen af te knippen zodat zijn coiffure beter bij zijn ambt zou passen. Een fraaie anekdote, inmiddels vaak door hemzelf en anderen aangehaald, en een mooi voorbeeld van een synoptisch detail, “een beeld of een detail dat in één keer een groot verhaal samenvat”. Volgens Hilhorst waren zijn politieke tegenstrevers er goed in, met zulke details symboolpolitiek te bedrijven en tegenstellingen te creëren – waarmee hij de suggestie wekt dat hij niet zo’n politicus is en dat hij in het maken van synoptische details niet bedreven is. Wat hij dus wel is, getuige het verhaal van de afgeknipte krullen…

Mogelijk

De belofte bijt, als overigens bewonderens- en lezenswaardige zelfanalyse van zijn politieke handelen, met zulke synoptische details zichzelf in de staart. Hilhorst wist goed wat hij wilde en probeerde dat te doen, wist goed wat hij niet wilde en deed dat toch, was stellig in zijn opvattingen en liet zich tot andere overhalen, vindt zichzelf ijdel en uitleggerig nog voor de lezer dat vindt, acht zich mislukt in zijn pogingen het anders te doen maar vindt ook dat anderen zich daar niet door moeten laten weerhouden. Uit zijn dagboek citeert Hilhorst dat politiek “…gaat om het vestigen van een reputatie” en toen ik De belofte uit had kwam mij die, wellicht onterecht, als “mogelijk ongrijpbaar” voor.