Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Aanbod

De Centrale Discotheek in Rotterdam is met zijn collectie van vele honderdduizenden geluids- en andere mediadragers voor de muziekliefhebber en -verzamelaar de materiële variant van het immense virtuele aanbod op het internet. Als je er in de catalogus grasduint maak je hetzelfde mee als wanneer je op het web rondneust: het aanbod lijkt onbegrensd, de mogelijkheden schier eindeloos en het aantal combinaties van beide dermate onafzienbaar groot, dat de moed je in de schoenen zinkt. “Waar begin ik aan?” “Waar moet ik het zoeken?”; “Hoe zorg ik ervoor dat ik hier uit haal wat ik wil?”

Onbegrensd

Het is een verschijnsel dat iedere liefhebber kent, die plots wordt geconfronteerd met een overvloed van wat hij liefheeft – of het nou films, strips, vingerhoedjes of oude auto’s zijn, een plotse weelde laat ieder handelen, in ieder geval voor even, volstrekt nutteloos lijken.

Het probleem zit ‘m niet in de overvloed, maar in de ogenschijnlijke onbegrensdheid ervan. Als iets geen einde heeft of neemt, is het moeilijk de energie op te brengen om eraan te beginnen. Wie een deeltje van een oneindige verzameling bezit, bezit ook nog steeds oneindig veel niet. Wie een stukje van een onafzienbaar groot probleem heeft opgelost, heeft nog steeds een onafzienbaar groot probleem.

Nadelen

In een procescontext heeft (ogenschijnlijke) onbegrensdheid verschillende nadelen. Voor procesdeelnemers kan het ertoe leiden dat zij niet weten waar ze aan beginnen, noch in welke richting de optocht die zij met elkaar gaan lopen zich zou hebben te bewegen. “Doe iets met big data”; “Pak onze naamsbekendheid aan”; “Maak onze kennis productief” – het zijn opdrachten zonder begrenzing, het speelveld is oneindig groot en dan maakt het dus niet uit, of je in beweging komt, laat staan welke richting je op gaat. In zulke omstandigheden is er dus ook geen maat voor juist, adequaat, effectief of efficiënt handelen.

Als opdrachtgevers er blijk van geven huiverig tegenover een procesaanpak te staan is dat vaak, omdat zij niet kunnen overzien waar ze instappen, noch wanneer dat resultaten oplevert. Daar kan aan ten grondslag liggen dat zij een probleem zonder begrenzing hebben gedefinieerd (zie hiervoor), of dat de aangeboden aanpak als onbegrensd op hen overkomt.

Ingeperkt

Tegenover de vraag of methode die onbegrensd lijkt, staat de opdracht of aanpak die teveel is ingeperkt. Dan heeft de opdrachtgever bijvoorbeeld met technische eisen al heel precies beschreven wat de uitvoering van de opdracht moet opleveren, en is niets anders meer mogelijk dan nauwkeurig aan die eisen te voldoen. Of procesmanager en -deelnemers kiezen voor een aanpak die niet (meer) past bij de aard van de problematiek: wat eens een project was, is dat niet meer, doordat zich in de uitvoering een obstakel voordoet. Wie dan volhardt in een projectmatige aanpak, perkt zijn handelingsopties onnodig in.

Projectie

Het komt er dus op aan, met elkaar een optimale begrenzing van opdracht en aanpak te vinden en daar een helder beeld van te projecteren. Dat is meer een kwestie van een gesprek, dan van een mededeling. Onder de verzamelterm Projectie hebben we daar drie hulpvragen voor. Waar hebben we het in deze procesronde over (dit hoort er wel bij, dat niet)? In welke omgeving doen we dat (vrijplaats, strijdtoneel, comfortabele zone, …)? En in welk klimaat (brainstormen, beslissen, bijschaven, et cetera.)?