Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Staalkaart

Besluiten totstandbrengen over zaken waarin niet één instantie de doorslag kan geven, is een van de redenen om procesmanagement te willen inzetten. “De poldermetropool” van Pieter Maessen, een optimistisch boek dat op hoofdlijnen vertelt “wat iedereen moet weten over de Randstad”, leest ondermeer als een staalkaart van zulke zaken *).

Als je alleen al de meer recente op een rijtje zet, lijkt het een klein wonder dat er überhaupt een metropool gebied is gekomen. Denk aan de ontwikkeling van greenports, tuinbouw, Deltawerken, Ruimte voor de rivier, hogesnelheidslijn, Schiphol, Maasvlaktes I en II, het Groene Hart, de zeesluis bij IJmuiden, de VINEX-operaties en de stadsontwikkeling, uitbreiding en verbreding van rijks- en provinciale wegen, de Zuidas, de stationsgebieden van de grote steden, new town Almere…

Structuur

Voor zorgen is in dit boek niet veel plaats. Of ja, toch, in het hoofdstukje “Wankele Randstad”, waarin Maessen opmerkt dat er nu sprake is van een ontmoedigende bestuurlijke spaghetti; “het zou mooi zijn als we in de Randstad een bestuurlijke structuur zouden hebben, die aansluit bij de ruimtelijk-economische ordening”.

Die wens leeft al decennia. In een recente column geeft Von der Dunk een aardig historisch overzicht terwijl hij weer eens zijn staf breekt over Plasterk’s plannen voor 5 landsdelen, te beginnen met de Noordvleugel, die zou moeten bestaan uit Noord-Holland, Flevoland en Utrecht.

Volgens zijn notitie “Bestuur in samenhang” is dat nodig omdat het in het middenbestuur ontbreekt aan “helder bestuurlijk eigenaarschap”, wat leidt tot onnodige bestuurlijke drukte en gebrekkige bestuurlijke legitimatie. En dat vertraagt de besluitvorming en beperkt de slagvaardigheid.

Resistent

Ondertussen blijken de provincies door de jaren heen opmerkelijk resistent tegen veranderplannen. Waar gemeenten en waterschappen voortdurend opschalen en stadsdelen en deelgemeenten worden opgeheven, verandert er bij de provincies in die zin niet veel. Misschien zegt dat iets over de kracht van hun lobby, of over hoeveel ze er echt toe doen, maar misschien zegt het ook iets over de kracht van de argumenten van de veranderingsgezinden.

Die lijkt niet al te groot. Plasterk praat de commissie Kok na, die de “Holland Acht” napraatte en de commissie De Grave en… Al het papier van de laatste decennia op een rij wekt de indruk van veel bestuurlijke drukte over het fenomeen bestuurlijke drukte.

Ironie

De argumenten vóór zijn eerder plausibel klinkende opvattingen dan onweerlegbare feiten. Natuurlijk is het goed als de besluitvorming snel is en het handelen slagvaardig. Maar Maessen laat zien dat de Randstad zich ook mét bestuurlijke gebreken heeft ontwikkeld tot een “internationale successtory”. Hebben die bestuurlijke gebreken soms ook verdiensten? En wat gaat er nou precies mis, hoeveel kost dat aan geld en arbeid, waar blijven de rekensommen en de nauwkeurige argumentaties die een fundament kunnen leggen onder wat men elkaar nu napraat? Maessen schrijft bijvoorbeeld dat het samengevoegen van besturen een “betere afweging van grensoverschrijdende belangen” mogelijk maakt. Klinkt logisch, maar waaruit blijkt dat dan? Natuurlijk, het wegnemen van grenzen leidt tot minder grensoverschrijdingen – maar niet zomaar tot minder belangen, laat staan een betere afweging.

En Plasterk ervaart, o ironie, dat zijn stem in het bestuurlijke koor niet de doorslag geeft. De besluitvorming is vertraagd en de slagvaardigheid lijkt beperkt. De slang bijt in zijn staart: vernieuwing van het middenbestuur heeft kennelijk geen “helder bestuurlijk eigenaarschap”.

*) Pieter Maessen: De poldermetropool. Nai010 uitgevers 2013, ISBN 9789462080478