Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

Werkelijk

“Dat is een feit”. Als we dat zeggen, bedoelen we dat iets onomstotelijk vaststaat, niet voor discussie vatbaar is. Een feit is werkelijk. Een feit is waar.

Zou het? Walter Zwaard schetste onlangs in een column in Vakblad ARBO hoe in ruim vier decennia onze omgang met het begrip risico zich heeft ontwikkeld. Dat begint met getallen: “Kans maal effect”. Al snel komt daar beleving bij: “Ik voel me (on)veilig”. De waarheid is hard én veelzijdig. Daarna worden persoonlijke verhalen steeds belangrijker, als illustraties bij de feiten over risico’s. De waarheid wordt vloeibaar. En nu zijn persoonlijke verhalen niet langer de illustratie bij, maar de kern van de risicoboodschap. Iedereen zijn eigen feiten, de waarheid is verdampt.

Balans

In deze voorstelling gaat het dus om de balans tussen getal en beleving. Slaat de balans naar de ene kant door, dan is het feit te kaal en algemeen. En naar de andere kant is het feit te particulier; als alles kan, is niets meer belangrijk. Maar hoe vind je nou de goede balans? Hoe maak je een feit waarmee je kunt werken?

Waarheid

Ons realiseren dat tellen een machtshandeling is, is een eerste stap. Aan tellen gaat immers het besluit vooraf dat het de moeite waard is, dit of dat te tellen. Tellen leidt dus tot rubriceren en classificeren: dit wel, dat niet. En dat maakt, ten tweede, tellen vatbaar voor verhalen – over oorzaak en gevolg, over in- en uitsluiten. Wie zijn verhalen over wat geteld is slim in elkaar steekt, stuurt de beleving van wat als feitelijke waarheid wordt ervaren.

BBP

Ter illustratie: onlangs kwam het CBS met de eerste berekeningen van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product in het vierde kwartaal van 2018. De getallen kregen in vijf verschillende media vijf verschillende koppen. De Telegraaf: “De beste tijd ligt alweer achter ons”, NOS Teletekst: “Economische groei neemt wat af”. De Volkskrant: “Economische groei tandje lager in 2018 dan jaar ervoor”. Nu.nl zegt: “Nederlandse economie verliest vaart in 2018” en het AD kopt: “Economische groei zet door, maar zwakt af”.

Verhaal

Hier geldt wat Gerrit Krol schreef in De mechanica van het liegen (p.11): “Sommige feiten, of zaken, zijn niet meer dan de woorden waarmee je ze beschrijft”. Elke kop vertelt door het specifieke woordgebruik een ander verhaal. Er valt dus wat te kiezen. Een derde stap om werkbare feiten te maken is: expliciteren hoe ik kies en dat voor beter geven. Als de beste tijd “alweer achter ons” ligt moet ik hard kunnen maken dat het voorlopig niet beter wordt. Als de economie “vaart verliest” moet ik laten zien dat de aandrijflijn hapert. En welke reden had ik om te vinden dat de groei “wat”  en niet bijvoorbeeld “flink” lager is?

Feit

Verbreden we het perspectief naar procesmanagement: het vormgeven van samenwerking om een complex probleem op te lossen. Dan proberen we allereerst, met de samenwerkende partijen een werkbaar feit te creëren door overeenstemming te bereiken over lengte, breedte en diepte van dat probleem: waar hebben we het eigenlijk over? Dat gaat over rubriceren en classificeren, de woorden die je daar aan geeft en de criteria, waarom je wat kiest.

Enter, nogmaals, Gerrit Krol: “Wat de werkelijkheid hard maakt zijn niet de feiten, maar onze normen, de eisen die wij aan haar stellen” (p.26). Dat is een feit, lijkt me.