Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Door de wol geverfd

“Maak vooral ook kennis met “de vierde wethouder”, zoals we hem hier noemen”, werd me door mijn opdrachtgever op het hart gedrukt. Ehh, het college van B&W van de gemeente waar ik interimwerk kwam doen telde er maar drie?!

Die “vierde wethouder” bleek een door de wol geverfde ambtenaar te zijn, die al jaren bij de gemeente werkte, een vage staffunctie bekleedde, geen managementbevoegdheden bezat maar wel zoveel gezag had dat ambtenaren en politici bij hem te rade gingen als ze iets moeilijks voor elkaar moesten krijgen. Zijn eretitel kreeg hij van zijn collega’s, die daarmee uitdrukten dat hij “anders” was; de wethouders noemden hem gewoon, maar met respect, bij zijn achternaam.

Dat kennismaken was overigens nog een hele opgave, want hij liep altijd in de wandelgangen zijn immense netwerk te onderhouden. Natuurlijk kwam hij uiteindelijk naar mij toe, om te kijken of ik de moeite waard was om daaraan te worden toegevoegd.

Clichébeelden

De laatste tijd waser veel aandacht voor de “topambtenaar”, mede dankzij de publiciteit die Roel Bekkers boek “Marathonlopers rond het Binnenhof” heeft gekregen. Bekker maakt zich in het boek en in interviews over het boek zorgen over de groeiende kloof die hij ziet ontstaan tussen politici en ambtenaren. Politici zijn bezig met incidenten en de waan van de dag; ambtenaren maken zich druk over grote structurele problemen, willen de politici niet voor de voeten lopen maar krijgen wel snel de schuld in de schoenen geschoven als er iets misgaat.

Dezelfde Bekker trad op bij een symposium waar Zeger van der Wal onlangs een onderzoek onder topambtenaren, bewindslieden en kamerleden presenteerde waaruit blijkt dat de clichébeelden over en weer verdwijnen als men serieus met elkaar in gesprek komt. Nou is dat niet zo’n opzienbarende conclusie, want een serieus gesprek waarin men goed naar elkaar luistert en niet alleen maar van alles en nog wat vindt, leidt wel vaker tot verheldering en begrip.

Wat me meer zou interesseren: wat is er nodig, om ambtenaren en politici serieus met elkaar in gesprek te laten komen en blijven? Onder welke condities lukt dat, wat is er nodig om ze in dezelfde optocht te laten lopen?

Spil

Na een tijdje werd me duidelijk dat “de vierde wethouder” een spil was in het soms netelige verkeer tussen wethouders en ambtenaren.

Een topambtenaar?

Nou nee – geen lijnmanager, beslist geen gemeentesecretaris, geen formele bevoegdheden noch een riant salaris, geen kamer met hoogpolig tapijt, schilderijen en secretaresse.

Mja toch wel – want betrokken bij vele ingewikkelde operaties, een doorslaggevende slimme netwerker, een oliemannetje, bruggenbouwer, veerman, listenverzinner tussen ambtenaren en politiek. Wie wat moeilijks wilde, kon niet om hem heen. Toch was hij voor niemand bedreigend, want hij had geen formele positie. Als puntje bij paaltje kwam, konden wethouders, lijnmanagers en gemeentesecretaris op de strepen staan die “de vierde wethouder” niet had. Maar dat deden ze niet, want dan werkte het niet meer. En daar had niemand baat bij.

Zulke “vierde wethouders” lopen op vele gemeentehuizen en stadskantoren rond. Ze zijn de moeite van een onderzoek en een fraaie publicatie waard.