Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

Beter

Je ziet niet vaak dat iemand zijn dagelijks werk, inclusief zijn eigen rol en handelen daarin, onderzoekt en erop promoveert. Maar Hans Ruijters, directeur van het infrastructuurprogramma Schiphol Almere Amsterdam (SAA), deed het. En hij maakte meteen werk met werk, door zijn theoretische inzichten en onderzoeksbevindingen in dat dagelijks werk toe te passen om zo het programma beter te laten presteren.

Distantie

In vele opzichten een spannende aanpak. Want kun je wel jezelf onderzoeken en dan ook nog de kritische distantie opbrengen die nodig is voor een wetenschappelijk verantwoord oordeel? Ruijters beargumenteert uitgebreid van wel. Hij staat ermee in een goed ontwikkelde traditie van actieonderzoek. Dat is erop gericht om met en door onderzoek sociale verandering te bewerkstelligen. Onderzoeker en onderzochten zijn actieve deelnemers in die verandering.

Verdiepen

Het proefschrift van Ruijters heet Dienend opdrachtgeverschap en er zijn diverse goede redenen om je erin te verdiepen.
Zo heeft Ruijters naast een Engelse een Nederlandse versie van zijn proefschrift geschreven, zodat zoveel mogelijk mensen er kennis van kunnen nemen. En die Nederlandse versie leest ook nog eens prettig. Dat er veel praktijkverhalen in staan, zal geholpen hebben. En ook dat maakt Dienend   moeite waard. Want wanneer krijg je nou een kijkje in de keuken van zo’n enorm groot infrastructuurprogramma?!

Obstakelvrij

Maar ik heb Dienend opdrachtgeverschap vooral met veel plezier gelezen omdat het diep ingaat op hoe je een klus obstakelvrij maakt – een van de redenen om procesmanagement in te zetten. We maken het allemaal wel mee: je bent lekker bezig en plots kom je een obstakel tegen. Het gaat niet zo snel als gepland, er blijkt minder budget dan gedacht, de opdrachtgever komt met aanvullende eisen. Zoals je bezig was kun je niet door. Wat te doen?

Vertrekpunt

Vertrekpunt van Ruijters’ onderzoek is zijn observatie dat je met contracten in projecten nooit alles dichtgeregeld krijgt. Over 10% zal gedoe ontstaan. Het helpt dan niet om ijzerenheinig aan de contracten vast te houden: alles  willen dichtregelen vergroot alleen maar het risico op een vervelende afloop.

Weg

Wat wel helpt, is dat partijen werken vanuit het inzicht dat zij elkaar nodig hebben om tot oplossingen te komen. Dat veronderstelt dat zij wederkerig vertrouwen opbouwen. Door en in de onderlinge omgang ontstaan nieuwe verhalen met gedeelde betekenissen. Uit zijn praktijk destilleert Ruijters zes handelingsstrategieën om daarin een weg te vinden. Ik noem hier het paradoxale stalling– wil je de vaart erin houden, neem dan de tijd om te investeren in de relatie met de partners. En structuring: maak wat er aan de hand is begrijpbaar en hanteerbaar voor partijen door het in een structuur te zetten. Bijvoorbeeld: “We hebben nu te maken met die 10% gedoe”. Heel herkenbaar: iets een proces noemen is in procesmanagement vaak de eerste interventie om partijen enig houvast te bieden.

Onnodig

Dat het werkt, laat Ruijters in zijn proefschrift aan de hand van veranderingen in zijn eigen praktijk zien. Dat maakt het tot actieonderzoek-naar-de-letter. Het voorbehoud dat hij bijna op het einde maakt is dan ook onnodig: “In welke mate mijn onderzoek dan ook werkelijk heeft bijgedragen aan de theorie en praktijk is wat mij betreft aan anderen om te beoordelen.” Nee, kom op. Ruijters was zelf onderdeel van dat onderzoek en die praktijk en daarmee, true to form, net als anderen tot oordelen bevoegd, lijkt me.