Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Grand design

Hoe zou het gaan met het grand design van Plasterk voor een superprovincie? De besturen van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland zijn tegen en het Interprovinciaal Overleg ook, dat zich afvraagt voor welk probleem zo’n fusie een oplossing is. Volgens Plasterk komen de provincies in het nauw als ze niet opschalen, want ze krijgen steeds meer concurrentie van de grote steden.

Begin jaren ’90 waren er ook grote plannen met het middenbestuur. De grote steden zouden stadsprovincies worden en wat restte van Noord- en Zuid-Holland kon dan maar beter fuseren. De provincie waar ik toen werkte, greep die ontwikkelingen aan om kritisch naar haar taken te kijken en een nieuwe strategie te ontwikkelen. Dat proces werd aangevuurd door een kerngroep van drie bezielde medewerkers bij wie ik mocht aanschuiven.

Blauwdruk

Daarvoor had ik bij het rijk gewerkt waar ik was geschoold in blauwdrukdenken. Met regelgeving, geld en ideeën was de samenleving maakbaar en om dat voor elkaar te krijgen moet je een goed plan hebben dat je stapsgewijs afloopt. Het eerste wat ik dus deed was zoeken naar het plan, de blauwdruk, voor die kritische herziening van taken. Maar vinden kon ik die niet en mijn collega’s wekten niet de indruk dat ze er een hadden. Omdat ik me zorgen maakte over de voortgang schreef ik een blauwdruk die een maand of zes vooruit keek. Die werd welwillend in ontvangst genomen en meteen terzijde gelegd. “Wij doen het anders.” Hun aanpak noemden ze naar buiten toe incrementeel en onder elkaar muddling through, doormodderen. Ze hadden een doel voor ogen: zorgen dat de provincie de goede dingen goed deed. Om daar te komen keken ze hooguit twee stappen vooruit en problemen losten ze wel op, als die zich aandienden.

Maakbaar

“Modderen is de nieuwe maakbaarheid” schrijft Martin Sommer in de Volkskrant van zaterdag. Hij neemt de stad Groningen als voorbeeld voor tal van gemeenten, waar in het verleden grootse en meeslepende plannen zijn gesmeed en projecten gestart, “te optimistisch begroot en onduidelijk of er emplooi voor is” en die nu piepend en krakend tot een halt komen. Het idee dat de samenleving maakbaar is maakt langzaam maar zeker plaats voor het inzicht dat ze maar zeer beperkt stuurbaar is – en daarin is voor al te drieste plannen geen plaats.

In de provinciecontext merkte ik al gauw dat doormodderen als sturingsconcept grote voordelen heeft. Je houdt het proces overzichtelijk door van stap naar stap te gaan, voorstanders zien vooruitgang en tegenstanders hebben niet snel het idee voor voldongen feiten te staan,  maar weten dat er altijd weer kansen komen voor oppositie. Het ontbreken van een grand design houdt iedereen betrokken; dat geeft reuring en komt de kwaliteit ten goede… tot op zekere hoogte.

Fris

Modder koekt aan en maakt zwaar. Muddling through wordt na verloop van tijd ploeteren en uiteindelijk is er geen doorkomen meer aan. Het proces stokt, de energie is eruit. Wat dan kan helpen is een wisseling van de wacht. Andere mensen erin, met een frisse blik en nieuwe energie. Die zetten het proces al doormodderend naar hun eigen hand en boeken andere resultaten, die niet groots en meeslepend zijn, maar beter passen bij wat op dat moment speelt dan een blauwdruk ooit zou kunnen.