Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

Code

De laatste tijd hoor ik mensen hun prioriteiten vaak op grond van energetische overwegingen stellen. Zoals: “Laten we ons focussen op waar de energie zit!” en “We kunnen het beste beginnen met waar energie op zit!”. Het is niet helemaal duidelijk wat die energie is en waar die dan op zit, maar dat geeft niet, het is geen uitwisseling tussen elektrotechnisch ingenieurs. Zulke zinnen lijken me eerder een code om te zeggen: “Dit is een belangrijk / leuk / nuttig onderwerp in de ogen van mij en van anderen, veel mensen zijn gemotiveerd om er iets aan te doen, hier ligt een kans, we zouden wel gek zijn om die te laten lopen.”

Chagrijnig

Het gaat dus nadrukkelijk niet om die onderwerpen, waarin niemand zin heeft en waarvan iedereen chagrijnig wordt. Wie zo zijn prioriteiten stelt zoek juist de positieve energie op. En daarmee hoort “energie” helemaal thuis in een wereld waarin win-winoplossingen worden gemaakt en grotere taarten worden gebakken zodat iedereen een stukje kan krijgen. Een wereld waarin je denkt in oplossingen in plaats van problemen, in kansen in plaats van risico’s en  in het creëren van win-winoplossingen en het bakken van grotere taarten zodat iedereen een behoorlijk stuk kan krijgen.

Dorst

Een beetje vreemd is het wel. We zijn immers voortdurend bezig problemen op te lossen – verkeerscongestie te bestrijden, de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen om te draaien, meer en goedkopere huisvesting te realiseren, gelijke kansen in het onderwijs te realiseren. Anders gezegd: we hebben dorst – en wie dorst heeft maakt het niet uit of een glas halfvol is of halfleeg, zolang er maar wat te drinken in zit.

Optimisme

Toch gaan we het liefst voor de positieve insteek, voor waar “de energie op zit”. We vinden het doorgaans fijner dat de zon schijnt dan dat het regent, optimisme werkt aanstekelijk en geeft ons goede zin en samenwerken is een veel prettiger ervaring dan tegengewerkt worden.

Cocktail

Maar voeg dat bij de bekende (proces)valkuilen en er ontstaat een risicovolle cocktail. De kans, eh, het risico is groot dat we in ons enthousiasme collectief verliefd worden op het resultaat dat ons voor ogen staat. Of dat we ons niet kunnen inhouden en te vroeg met een oplossing komen waardoor we nodeloos weerstand oproepen. Niet te vergeten zijn we vaak ongerechtvaardigd optimistisch over hoe een klus zal verlopen en leiden we aan chronische overschatting van ons eigen kunnen. En we zijn vatbaar voor het Dunning-Krügereffect: hoe incompetenter je bent, des te minder je dat door hebt.

Prijs

Dat maakt het werk zo moeilijk van mensen die beroepshalve zeggen dat de dingen niet vanzelf goed gaan, als er maar energie op zit. Die de risico’s benoemen, de zwakke plekken blootleggen, drukken op waar het pijn doet, voorstellen doen hoe het beter kan. Hun inzet gaat niet om een halfvol of halfleeg glas, maar om een glas dat je dorst kan lessen. Toch praten zij vaak tegen dovemansoren.

Overmoed

Lees in dit verband het interview in de NRC met Paul Hofstra bij diens afscheid als directeur van de Rotterdamse Rekenkamer. Hij gaat een boek schrijven over zijn ervaringen. Ik kan niet wachten. Want twaalf jaar tegen “systeemdenken” en “bestuurlijke overmoed” in roeien… Hoe kom je dan toch ergens? Hoe hou je dat vol? Waar haal je de energie vandaan?