Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Weerstand

Van de basale spelregels die we in een procesronde hanteren, geeft die van het level playing field altijd de meeste weerstand – zowel bij procesmanagers (in spé) als bij procesdeelnemers.

Zo’n level playing field maken en in stand houden wil zeggen: voor de duur van een procesronde afspreken dat men elkaar als gelijke en gelijkwaardig zal behandelen, en dat niet een partij doorzettingsmacht heeft ten koste van de ander.

De weerstand ertegen zit in en tussen de deelnemers. Mensen vinden het veelal niet prettig van een ander afhankelijk te zijn, en voor sommigen staat – tijdelijk – afstand doen van doorzettingsmacht gelijk aan de onprettige ervaring van sociale daling . Daarmee maken zij bovendien de stijging van andere procespartijen mogelijk, die nu, al is het maar voor even, meer te vertellen krijgen.

Bezwaar

Anderen benaderen het meer filosofisch en maken bezwaar tegen noties van gelijkheid en gelijkwaardigheid. Procesdeelnemers zijn in hun ogen au fond niet gelijk, alleen al omdat zij door nurture of nature over ongelijke hulpmiddelen beschikken die met nog geen honderd spelregels zijn weg te nivelleren. Je kunt mensen immers niet verbieden slim of dom te zijn, rijk of arm, mooi of lelijk… Gelijkwaardigheid is in hun ogen de stoplap van het gelijkheidsstreven, en wie het level playing field als spelregel voorop stelt is, met de beste bedoelingen, naïef en sluit de ogen voor hoe het er in de werkelijkheid aan toegaat.

Bankbaas

Hm, dat doet een beetje aan doping en wielrennen denken  – wie dacht dat je de ronde van Frankrijk wint op bruine boterhammen met kaas is naïef en wie geloofde dat de ploeg van Rabobank dopingvrij was, wilde de waarheid niet onder ogen zien. Met deze moreel-ethische noties worden nu velen ter verantwoording geroepen – wielrenners, ploegleiders, wielerjournalisten en … bankbazen.

Recent moest Herman Wijffels eraan geloven. Hij was bovenbaas bij de Rabobank in de dopingtijd en werd door Frits Wester  aan de tand gevoeld op RTL-Z. Natuurlijk: hij voelde zich bedrogen, stelde beteuterd vast dat dopingcontroles kennelijk niet deugden en had niets geweten van het dopinggebruik binnen de ploeg.

Polder

Interessanter dan deze platitudes vond ik wat Wijffels haast in een bijzin opmerkte, namelijk dat het grootschalige dopinggebruik in het wielerpeloton een level playing field introduceerde. Want aangaande level playing fields heeft deze belichaming van het poldermodel veel ervaring en verstand van zaken. Zijn CV leest als dat van een geboren bruggenbouwer. Liefst dertien jaar hield hij bij Rabobank de coöperatieve kikkers in de kruiwagen. Daarna was hij zeven jaar voorzitter van het Nederlandse polderinstituut par excellence : de Sociaal-Economische Raad. Ook was hij voorzitter van de Vereniging Natuurmonumenten en sleutelde hij aan nieuwe vakbonden en kabinetten.

Naïef

Wijffels definieert het level playing field tussen neus en lippen door als de mate waarin procesdeelnemers zich aan de spelregels houden. – of zich daar niet aan houden, want als alle deelnemers de spelregels aan hun laars lappen, creëert dat een nieuwe, impliciete spelregel: doping mag, zolang je niet betrapt wordt. En word je dat wel, dan zwijg je.

Nederlandse wielerliefhebbers maken zich intussen zorgen: “onze” wielrenners biechten onder morele druk hun dopingzonden op, en verzwakken daarmee het Nederlandse wielrennen. Op de Amerikanen na houdt de rest zijn mond. Niet het handhaven van het level playing field vinden zij naïef, maar het verstoren daarvan!