Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

Honderd

“Laat honderd bloemen bloeien” was het motto van een campagne waarmee vanaf 1956 de Volksrepubliek China de vrijheid van meningsuiting verruimde. Burgers werden uitgenodigd om het beleid van de communistische partij te bekritiseren. Dat zou vooruitgang en verbetering mogelijk maken. Een jaar later werden de teugels weer aangetrokken en de critici vervolgd. Eén van de interpretaties is, dat dit altijd de bedoeling is geweest: het uitroken van je tegenstanders.

Duizend

Zulk cynisme heeft niet verhinderd dat het motto een geheel eigen leven is gaan leiden, zij het in geamendeerde vorm: “Laat duizend bloemen bloeien.” Google erop en je beeldscherm staat vol boeketten. Een boekje waarin wordt beschreven “hoe het Ministerie van LNV omgaat met externe veranderingen”. Een inspiratiegids “voor leerkrachten(teams) binnen het Secundair Onderwijs”. Een column over de talloze mogelijkheden van “het nieuwe werken”. Et cetera.

Inflatie

Mij intrigeert de inflatie: wat eerst honderd bloemen waren, zijn er nu hardnekkig duizend. Waarom is dat? De gedachte dringt zich op, dat we “honderd” wat aan de magere kant vinden. Honderd bloemen, dat zijn tien boeketjes, dat is een perkje van tien bij tien. “Tweehonderd” bekt niet lekker, “negenhonderd” ook niet. “Duizend” – dat is beter. Hetzelfde ritme, honderd boeketjes, een perkje dat aan alle zijden meer dan drie keer zo groot is.

Gemiddeld

Bovendien is “duizend” zo ongeveer het grootste getal waarbij we ons op het eerste gezicht nog iets kunnen voorstellen. Dat lees ik in “Is that a big number?” van Andrew Elliott. Voor grotere getallen moeten we harder ons best doen om te begrijpen hoe groot ze zijn en wat daarvan de betekenis is. Als verklaring daarvoor geeft Elliott onder meer, dat we grote getallen in het dagelijks leven weinig tegenkomen en kleine veel meer. En inderdaad, kijk je huis rond – de meeste gebruiksvoorwerpen horen tot verzamelingen die zich op de vingers van een of twee handen laten tellen. Borden, messen, bedden, kleren, boeken. Wie tot honderd kan tellen komt in een gemiddeld huishouden ver genoeg.

Handig

Elliott wil ons met zijn boek beter leren omgaan met grote getallen. Reuze handig om de getallen van een gemeentebegroting tot leven te brengen, de kosten van aanpassingen in een wegontwerp in perspectief te zetten, de betekenis van het aantal inwoners dat de weg naar het wijkteam vond te duiden. Elliott reikt er vijf strategieën voor aan: gebruik maatstaven ter vergelijking, gebruik visualisaties, deel het grote getal op in kleinere, gebruik verhoudingsgetallen, maak een logaritmische schaal.

Groot

Ik kan zeggen: “Ik was in de Finnmark op vakantie. Die provincie van Noorwegen is 48.000 vierkante kilometer groot, er wonen 76.000 mensen.” Zijn dat grote getallen? Het wordt beter voorstelbaar als ik zeg: groter dan Nederland, ongeveer net zoveel inwoners als Lelystad.

Groter

Of neem de aanbesteding van de zeesluis bij IJmuiden in 2016, waarover ik eerder schreef. De winnende combinatie van BAM en VolkerWessels bleef 150 miljoen onder de plafondprijs en was 100 miljoen goedkoper dan nummer twee. Maar de extra kosten, waar de combinatie voor opdraait, belopen inmiddels 200 miljoen. Een getal dat moeilijk in je hoofd past maar dat je kunt uitdrukken als bijna zestiende van de oorspronkelijke aanneemsom. Of, iets pijnlijker, als meer dan 1,3 keer de nettojaarwinst van BAM en VolkersWessels  samen over het jaar dat de ze aanbesteding wonnen.