Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Isolatie

Aan de uitstekende isolatie van mijn woning kleeft een groot nadeel: in het binnenklimaat voelt het beruchte papiervisje zich al te zeer op zijn gemak, zodat het zich in mijn boeken heeft gevestigd en die langzaam maar gestaag tot zich neemt. Daardoor doet Jeroen Brouwers mij onderhand de G*oe*jes uit B*us**l en zijn gaten gevallen in Geheugen, spreek! van Nabokov.

Het is een bekend probleem van de moderne woning, en er is niks aan te doen. Nu ja, de gehele boekenvoorraad en liefst ook de rest van de huisraad twee weken invriezen bij min 20 schijnt te kunnen helpen. Maar dan moeten de buren links en recht en boven en onder meedoen. Kortom, een praktische oplossing is er niet. Gek eigenlijk – met kakkerlakken en houtworm weten we wel raad en zo’n onnozel papiervisje zou niet te bestrijden zijn?

Destructief

Het zilvervisachtige beestje doet zijn destructieve werk in stilte en in het verborgene van de boekenbinnenwerken; je ziet het vaker niet dan wel en omdat het zo klein is en de schade die het aanricht zich heel langzaam opbouwt, loopt het niet zo in de gaten. Maar wat nou, als dat papiervisje bij het consumeren van mijn en andermans boeken een onaangenaam smakkend of krijsend geluid zou maken, waarmee men dus vanuit alle hoeken en gaten van het huis en op alle uren van de dag en de nacht geconfronteerd zou worden? Ik denk dat dan een remedie snel ontwikkeld zou zijn.

Vorming

Een vergelijkbaar gedachte-experiment, maar dan veel serieuzer, kwam ik tegen in De wereldrisicomaatschappij van Ulrich Beck. Hierin onderzoekt Beck onder meer vragen als hoe de aanwezigheid van toekomstige rampen wordt “geproduceerd”, hoe een risico het predicaat “reëel” krijgt, en hoe het de instituties en gedachten van mensen kan beheersen. Het is hem een zorg hoe de burger zich weer zelf een oordeel kan vormen over de risico’s die hij loopt (denk aan economische crises, klimaatverandering, terrorisme) en dat niet hoeft over te laten aan wetenschappers, politici en economen. In dat verband oppert hij: “Wat zou er gebeuren als radioactieve straling zou jeuken?” Dan zouden prompt remedies worden aangedragen, iedereen zou het er over hebben en met mooie praatjes geen genoegen nemen. “Figuurlijk gesproken is het een van de belangrijkste taken van de politieke vorming in de risicomaatschappij om radioactiviteit te laten jeuken”, schrijft Beck.

Wat de een niet weet…

Wat gebeurt er als we Beck’s maatschappijanalyse transponeren naar de veel kleinschaliger setting van een procescontext? Procesdeelnemers handelen doorgaans in een risicovolle omgeving: de uitkomsten zijn onzeker, de belangen onoverzichtelijk en het netwerk van belanghebbenden en betrokkenen instabiel. Het hoort tot de opgaven van de procesmanager een level playing field te creëren, onder meer door te voorkomen dat de ene partij zijn risico’s afwentelt op de onwetende andere, onder het motto: “Wat niet weet, wat niet deert.”

…deert ons allen

En het is een verantwoordelijkheid van allen om een cultuur te laten gedijen waarin radioactiviteit jeukt en papiervisjes krijsen – waarin het voor iedereen loont om risico’s voor elkaar zichtbaar, bespreekbaar en beheersbaar te maken, door belangen op tafel te leggen, gewenste uitkomsten te expliciteren en iedereen die wil bijdragen te verwelkomen. Want “Wat niet weet, wat niet deert” is in een procescontext: “Wat de een niet weet, deert ons allen”.