Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl
Vorm en onderwerp

Degelijk, grondig, saai en bescheiden. Vorm, inhoud en onderwerp van Roel Bekkers boek “Marathonlopers rond het Binnenhof” sluiten, met dank aan de huisstijl van uitgeverij Boom|Lemma, mooi op elkaar aan. Een foto van twee mannen in kwieke tred op, hoe kan het anders, het Binnenhof; 436 dichtbedrukte pagina’s; gedekte kleuren groen en blauw; de naam van de auteur in kleine letters rechtsonder.

De marathonlopers zijn de topambtenaren van de rijksdienst, de SG’s en de DG’s (secretarissen- en directeuren-generaal). De titel wekt de suggestie dat die mannen (en een enkele vrouw) niets van wereld buiten de Haagse kaasstolp hebben gezien. Gelukkig blijkt het tegendeel uit de tientallen minibiografieën die Bekker in het boek heeft opgenomen.

Subaltern

Even tellen – van de 44 geportretteerden heb ik er 7 meegemaakt toen ik bij het ministerie van WVC werkte. Overigens functioneerde ik toen op een zeer subaltern niveau, zoals Bekker alles van schaal 14 BBRA of minder aanduidt, dus de kans is groot zoniet maximaal dat ik mij hun wel, maar zij mij in het geheel niet zullen herinneren – het ontzagwekkende geheugen van Paul Schnabel misschien uitgezonderd.

Vanaf mijn ondergeschikte positie als secretaris van een interdepartementale commissie omhoogkijkend kwamen die topambtenaren op mij vooral als ondoorgrondelijk over. Mijn iets minder subalterne bazen besteedden veel tijd aan het interpreteren van hun gemoedsbewegingen. Daar paste ik mijn argumentaties op aan, zodat ik de parafen kreeg waarmee de topambtenaar zijn instemming placht uit te drukken.

Zorgen

Bestond er toen maar een boek als dat van Bekker! Vooral de minibiografieën zijn beeldend en knap in elkaar gezet. In kort bestek geeft Bekker inzicht in de belangen en behoeften van de geportretteerden. Zo’n ontbinding in factoren zou natuurlijk veel aanknopingspunten kunnen bieden als je met een topambtenaar zaken moet doen.

Maar daarvoor heeft Bekker het boek niet geschreven. Hij maakt zich zorgen over de relatie tussen politici en ambtenaren, die naar zijn waarneming onder druk staat en waarbij vooral de ambtenaren het moeten ontgelden. Onbekend maakt onbemind, en daarom wil hij inzicht bieden in de ambtelijke top van de rijksdienst – wat voor mensen zijn het, hoe zijn ze op hun plek terechtgekomen, wat was hun relatie met minster en medewerkers, etc. Maar vooral wil hij bijdragen aan het “verbeteren van de kwaliteit van de ambtelijke top en de ambtelijke dienst als geheel”.

Biotoop

Dat doet Bekker grondig. Vooral de eerste twee delen, waarin hij de biotoop beschrijft die hij als ex-SG van binnenuit kent, zijn geslaagd. In het derde, concluderende deel vat hij in saaie woorden samen wat we daarvoor al hebben gelezen. De conclusies zijn voor de hand liggend (competentieprofiel aanpassen) en héél voorzichtig (“het zou wenselijk zijn dat…”).

Het was misschien minder degelijk geweest, maar wel boeiender en leerzamer, als Bekker wat vaker en luider uit de school had geklapt en bijvoorbeeld veel meer dan 1 pagina had besteed aan de affaire tussen minister Bomhoff en DG Van Lieshout. Bomhoff vertrouwde Van Lieshout ongezien niet, die moest daarom weg en Bekker moest een oplossing vinden. Bomhoffs kant van het verhaal kenden we al uit diens boek “Blinde ambitie”, nu weten we op hoofdlijnen hoe Bekker heeft gehandeld – maar het vakmanschap zit natuurlijk in de details, die helaas onbesproken blijven. Waarom was collega-topambtenaar Annink bereid voor Van Lieshout een plek te maken? Wat kreeg hij daarvoor in ruil?