Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Opportunisme

Regelmatig klinkt van overheidswege het appèl op  “actief burgerschap” en het nemen van “eigen verantwoordelijkheid”. Rijk en gemeenten voeren vormen van burgerparticipatie hoog in het vaandel.

Enerzijds is dat te begrijpen als een reactie op het piepende en krakende vehikel van de vertegenwoordigende democratie, waarin steeds minder burgers zich daadwerkelijk gerepresenteerd lijken te voelen en politici een kloof waarnemen die hen van de burgers scheidt. Burgerparticipatie is dan een manier om in ieder geval directe invloed te hebben of geven. Anderzijds kleeft aan de overheidsroep om actief burgerschap en eigen verantwoordelijkheid ook een flinke dosis opportunisme. De centen zijn op, dus mòet de burger wel meer doen.

Rotterdam

Onlangs nog, in de berichtgeving over de omvangrijke bezuinigingen die Rotterdam moet doorvoeren om de gemeentefinanciën weer een beetje op orde te krijgen. “Rotterdam: minder ambtenaren, meer zelf doen” kopt de papieren Volkskrant van 3 april 2012. De stad wil 200 miljoen bezuinigen op de eigen organisatie en schrapt 2.500 van de 13.000 voltijdbanen. “De maatregelen passen allemaal in de nieuwe visie van de gemeente dat het bestuur meer de regisseur van de stad wordt en niet meer de uitvoerder.” (Zie VK.nl.) En waar ambtenaren “…vroeger bepaalden hoe plannen eruit kwamen te zien, moeten ze nu juist ideeën en initiatieven voor de stad aan inwoners overlaten.” De overheid vertrouwt op de zelfredzaamheid van Rotterdammers, sluit aan bij de vindingrijkheid van de stad en mobiliseert zo nodig de hulp uit de buurt. “We ontwikkelen ons naar een kleine wendbare overheid” schrijft het college van B&W.

Burgerschap

Als burgers meer doen, kan de overheid anders en vooral: goedkoper werken met minder mensen. Dat lijkt de Rotterdamse inzet. Pagina na pagina werkt het college de plannen voor een andere gemeentelijke organisatie uit. Maar over wat actief burgerschap ìs, wat de gemeente daarvan verwacht en hoe ze daarvan gebruik gaat maken: geen woord.

Dat is jammer, want zeker als je intensief gaat samenwerken is het geen luxe om helder te maken wat je van elkaar wilt: wie doet wat, en wie is waarop aanspreekbaar? In feite herteken je met actief burgerschap de driehoek tussen politiek, professionals en burgers.

Politiek

In een studie die even beknopt als boeiend is wijzen Van Stokkom, Becker en Eikenaar *) erop dat professionals de voornaamste bondgenoten van actieve burgers zijn, en dat het de dood in de pot is om burgerparticipatie te gebruiken om lastige burgers tevreden te stellen.

Waar ambtenaren anders moeten gaan werken (minder uitvoeren, meer regievoeren), moeten politici anders politiek bedrijven. Wie het serieus meent met burgerparticipatie, verplaatst immers een deel van de vertegenwoordigende en verantwoordingstaken van het politieke domein naar die burgers, die opkomen voor algemene en deelbelangen in hun buurt of gemeenschap.

Maar ook over de betekenis van burgerparticipatie voor de vertegenwoordigende politiek valt in de Rotterdamse (of andere gemeentelijke) plannen geen woord. Curieus – want als burgers meer zelf gaan doen en politici blijven doen wat ze altijd deden, zal het beeld van de politiek als een opportunistisch bedrijf alleen maar sterker worden, en de kloof tussen burger en politiek bepaald niet kleiner.

*) Stokkom, Bas van, Marcel Becker & Teun Eikenaar: Participatie en vertegenwoordiging: burgers als trustees. Pallas Publications 2012, ISBN 978 90 8555 057 0