Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Concept

Hoogst ongemakkelijk voelde ik me bij het concept van “fresh questioning” dat centraal stond in de leergang over werkend leren die de inmiddels al lang ter ziele zijnde Action Learning Association – Nederland (ALA) aanbood aan nieuwe leden. Niet alleen kostte het me erg veel moeite om mijn aannames en routines uit mijn vragen te wieden – het leek me eigenlijk per definitie onmogelijk. Er is immers niet zoiets als een aan-/uitknop voor aannames en gewoontes. Het duurde even voor ik door had dat het ook niet per sé daar om ging maar dat de waarde lag in het inzicht op welke manier ik mijn vragen en de antwoorden die ik erop kreeg kleurde, en zo al op voorhand mijn beeld vormde van wat er aan de hand is.

Netelig

Dat kon ik goed gebruiken – van een procesmanager wordt immers verwacht dat hij netelige problemen tot een oplossing brengt. Maar om dat adequaat te kunnen doen, moet hij eerst uitvogelen hoe het probleem eigenlijk in elkaar steekt – en liefst daar met betrokkenen overeenstemming over bereiken. Een opdrachtgever zit echter meestal niet te wachten op nog meer vragen dan hij zelf al heeft. Die wil antwoorden hebben, liever gisteren dan vandaag.

Laveren

Dat maakt het lastig laveren tussen problemen en oplossingen, tussen voortgang en spoed, tussen vragen en antwoorden. En hoe urgenter een probleem wordt ervaren, des te groter is de druk om met spoedige antwoorden te komen en lastige vragen achterwege te laten. Dan is er tijd noch ruimte voor vragen als “voor wie is dit een probleem, waarom nu, wat maakt het urgent, wat gebeurt er als we het niet oplossen, welke soorten oplossingen zijn (on)aanvaardbaar?” Et cetera. “Ja eh, goede vragen, maar niet nu.”

Ongemak

Wie bij een opdrachtgever weleens stevig heeft doorgevraagd naar diens bedoelingen, verwachtingen en duidingen van het probleem, heeft ook vast het ongemak ervaren dat dan in het gesprek komt sluipen. De opdrachtnemer denkt: “Nog één vraag en hij zet me buiten.” En de opdrachtgever wordt steeds ongeduldiger, trommelt met zijn vingers op het tafelblad en zegt (nog net niet hardop): “Daar had ik jou toch voor ingehuurd?”

Sluiers

Mja, maar alleen bij het juiste probleem hoort een adequate oplossing en een gepast antwoord kan pas volgen op een goede vraag. Hét kenmerk van een goede vraag is dat die voor ongemak zorgt. Een goede vraag zet aannames, routines en gewoontes op de helling en daar voelen we ons niet comfortabel bij. Een goede vraag laat ons zien wat we (nog) niet weten, waar we aan voorbij zijn gegaan, wat we hebben genegeerd en daardoor voelen we ons licht betrapt. En een goede vraag helpt ons, achter de feiten te kijken zoals die zich aan ons voordoen, patronen te ontdekken en een of meer van de sluiers weg te trekken waar de kern van ons probleem achter schuil gaat.

Kleuren

Zoals ik bij de ALA leerde: om een goede vraag te kunnen stellen moet ik weten waardoor en waarmee ik geneigd ben die vraag te kleuren. Ik moet vragen kunnen stellen bij mijn vragenstellen. Ik moet het mezelf regelmatig ongemakkelijk (laten) maken. Dat leidt tot de reflectie waardoor ik het aan mijn professionele gereedschapskist kan toevoegen.