Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl
De onbegrensde samenleving

Hans Boutellier schreef met De Improvisatiemaatschappij een kort en krachtig boek over hoe in onze onbegrensde samenleving sociale ordening tot stand komt.

Het trok de aandacht omdat procesmanagement vaak inhaakt op complexe vragen in een onoverzichtelijke omgeving. De procesmanager schept daarin voorwaarden voor de productie van sociale ordening, zodat ingewikkelde problemen een oplossing krijgen. En hoewel procesmanagement er niet één keer in voorkomt, valt aan De Informatiemaatschappij toch een net weer andere kijk op het vak te ontlenen. Ook roept het een paar vragen op.

Onderaan de apenrots

Als we projectleiders en procesmanagers vragen de actoren in hun klus te rangschikken, komen burgers en hun al dan niet tijdelijke organisaties, bewegingen en verenigingen meestal onderaan de apenrots terecht. Het is maar de vraag of dat hun feitelijke positie weerspiegelt of dat ze daar worden neergezet omdat bestuurders en hun adviseurs met de participerende burger geen raad weten. Participerende burgers zijn lastig, bozig, niet gauw tevreden, en bovendien onvoorspelbaar.

Omgekeerd zien burgers zich geconfronteerd met complexe materie, eigenwijze deskundigen, eigengereide bestuurders. “We nemen het mee” is de standaardtoezegging, waarvan iedereen weet dat die niks om het lijf heeft. Participatiebijeenkomsten zijn korte schijnmanifestaties van een onoverzichtelijke wereld waar achter de schermen door onbekenden de echte zaken worden gedaan.

Ordening en disciplinering

Deze wederzijdse verlegenheid om raad is te begrijpen als onzekerheid en onvermogen tot handelen in de moderne samenleving, met haar bestuurlijke drukte, boze burgers, bange bestuurders, informele netwerken en onverwachte allianties.

Het is voor de procesmanager een opgave, wél raad te weten. Hij houdt zich immers professioneel bezig met burgerparticipatie. Dat begint met het inzicht dat procesmanagement geen neutrale methode is, maar een ordenende en disciplinerende activiteit om handelingen van deelnemers af te stemmen.

Voor ordening is structuur nodig: wie het proces wil managen, stuurt op de eerste plaats door mensen en organisaties te verknopen aan en door een gemeenschappelijk doel dat iedere deelnemer meer opbrengt dan zijn individuele streven.

Een tweede opgave is, rollen en verantwoordelijkheden te verhelderen en toe te delen. Wie levert welke bijdrage, zodat draagvlak wordt gesteund door draagkracht?

Stabiliteit creëren is een derde opgave, met behulp van spelregels en het bevorderen van vertrouwen onderling.

Vragen

Procesmanagement is dus niet neutraal. Doordat het ordent en disciplineert, produceert het waarden en normen. Daar horen vragen bij die we ons maar zelden stellen. Wat moeten burgers kennen en kunnen, om succesvol mee te doen? Wie sluit ik daardoor uit? Wiens ordening breng ik aan? En wie wordt hier door wie geknecht?

Het streven naar win-winoplossingen is zo’n norm. Een mooie metafoor, waar niemand tegen kan zijn. Maar de vraag wie de rekening betaalt wordt door de norm buiten de orde gesteld. Toch verdient ze een antwoord, al was het maar door de zelfreflectie van de professionele procesmanager.

 

Boutellier, Hans: De improvisatiemaatschappij. Boom|Lemma 2011 ISBN 9789059316256