Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Genoeg

Iedere dag streken twee zeearenden neer bij het huis dat we in Noord-Noorwegen huurden. Ze kwamen er uitrusten of wat ruziemaken over eten, en met een beetje mazzel scharrelde de lokale zeeotter onder de rotsen door waar deze vliegende deuren op zaten. Ik keek mijn ogen uit, maar de boer van wie het huis was baalde. Er waren er teveel, hij legde ze liever om, want ze vraten volgens hem alle vis op. Maar ja, die torenhoge boetes…

De visser die me afzette op een eiland met papegaaiduikers en een zeearendenpaar met twee jongen maalde daar niet om. Hij wilde het risico wel nemen. “Een paar jaar geleden zag het hier wit van de meeuwen”, zei hij. “Toen kwamen de zeearenden en nu zitten die meeuwen bij ons in het dorp. Daardoor heeft onze visverwerking hygiëneproblemen met de voedsel- en warenautoriteit”. Toen ik vertelde dat op Schiphol overlastgevende vogels worden verjaagd door valkeniers keek hij me aan of ik van een andere planeet kwam. Belachelijk, die arenden een kopje kleiner maken was veel handiger en sneller! “We hebben er toch genoeg.”

Bietenveld

Het is ook overal hetzelfde – natuur en economie, dat schuurt. Doorgaans brengen wij dan het “polderen” in stelling. Dan zoeken we een oplossing die voor iedereen aanvaardbaar is, door belangen bij elkaar te brengen, in te schikken, af te kopen, uit te ruilen. Henk Bleker niet, die dacht het polderen eigenhandig de nek om te draaien met de dichtregel “als ik over een bietenveld tuur, zie ik ook natuur”. Een boutade waarmee hij een breder levende onvrede over stroperigheid, inefficiëntie en gebrek aan daadkracht verwoordde, maar uiteindelijk, zoals verderop zal blijken, ook zichzelf demonteerde. Grimbert Rost van Tonningen vat in zijn overigens niet geheel geslaagde essay Hoe verder *) het misnoegen over het poldermodel heel mooi samen. Dat zou ten onder gaan door een gebrek aan democratie, vertegenwoordiging, transparantie en legitimiteit.

Beverprotocol

Ondertussen wordt er in de polder vrolijk doorgepolderd, aldus een stukje in de Volkskrant van 9 augustus **). In Flevoland hebben het waterschap, de boeren en Staatsbosbeheer een beverprotocol opgesteld, zodat de overlast van de succesvol teruggekeerde bever tot tevredenheid van iedereen kan worden gemanaged. Op zich niks nieuws onder de zon, met dit soort polderoplossingen zijn we vertrouwd. Opvallend was wel, dat er nou eens bij stond wat het polderen kostte: een paar duizend euro voor een stuw, enkele tienduizenden euro’s voor preventieve maatregelen. Dat zien we niet zo vaak; meestal worden de kosten weggemoffeld, want win-win en rekeningen gaan niet goed samen.

Buren

En in een interview met NU.nl vertellen Natuurmonumenten, de Dierenbescherming en LTO Nederland tevreden hoe ze “flink hebben kunnen polderen”. Dat was hard nodig, want door het beleid van Bleker dreigden ze “weer tegenover elkaar te komen staan”. Maar, zoals LTO Nederland zegt, “we willen geen ruzie met de buren”.

Mooie resultaten, die en passant laten zien dat polderen gebaat is bij een paar contra-intuïtieve vertrekpunten. Vertel eerlijk dat win-win niet bestaat, dat polderen dus geld kost en maak die kosten ook inzichtelijk. En zoek een heuse Vijand, een persoon of partij die niet aan tafel mag zolang hij de nuttige functie vervult, partijen in elkaars armen te drijven.

 

*) Grimbert Rost van Tonningen – Hoe verder? Opkomst en ondergang van het poldermodel. Cossee Essay, Amsterdam 2012, ISBN 9789059363748

**) “Beverpatrouille bij hoogwater”, Volkskrant 9 augustus 2012, p.9