Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Metaforen

Schaapshond, rattenvanger, journalist, onderzoeker – er zijn veel metaforen om de rol van procesmanager mee te verbeelden. Maar het meest doet Peter Kee, politiek redacteur van Pauw & Witteman, me denken aan een toneelmeester. Hoe krijgt hij het voor elkaar dat een politicus wil aanschuiven? Hij laat ons in “Het briefje van Bleeker” *) over zijn schouder meekijken.

Een politiek redacteur als procesmanager? Ja, waarom niet? Een procesmanager zorgt ervoor dat in complexe omstandigheden een besluit wordt genomen dat tot voortgang leidt – naast ideeontwikkeling en obstakels uit de weg ruimen een van de redenen om procesmanagement als instrument in te zetten. De complexiteit zit ‘m in de partijen die mee moeten doen, hun belangen en behoeften, de randvoorwaarden die ze hebben om in of uit te stappen, en Peter Kee doet niet anders dan die managen.

Onderhandelen

Kee laat zien hoe over deelname van een politicus aan P&W vaak uitgebreid wordt onderhandeld. Wanneer is het goede moment om aan tafel te zitten? Wie zijn er verder nog te gast? Over welke onderwerpen wil iemand het graag, of juist beslist niet hebben? Over deze en dergelijke vragen dealt Kee met de beoogde gast en diens woordvoerder, PR-deskundige of spin doctor. De resultante is een met zorg ingericht toneel: volgens de redactie van P&W goed voor spraakmakende TV, volgens de politicus geschikt om zijn of haar verhaal voor het voetlicht te brengen.

Menens

Een aardig staaltje toneelmanipulatie hoorde ik van iemand die voor haar werk regelmatig conferenties van een van de organisaties van de Verenigde Naties bijwoonde. Ze was net terug van zo’n conferentie, gehouden ergens in de tropen, en het had niet veel gescheeld of er was geen slotverklaring geweest. Dan zou de conferentie mislukt zijn, tot schade van allen. De voorzitter zette daarom alles op alles. Hij verplaatste de beslissende vergadering van de grote conferentiezaal naar een net te krappe ruimte, liet de verfrissingen verwijderen en zette na verloop van tijd de airco uit.

Opzichtige trucs? Misschien, maar ze hielpen wel. Iedereen raakte ervan doordrongen dat het menens was, droeg eraan bij dat er een slotverklaring kwam en vermeed zo gezichtsverlies.

Toezicht en veiligheid

Het toneel adequaat inrichten is overigens geen makkelijk spelletje, want alles – toneel, timing, onderwerp, toonzetting – grijpt nauw in elkaar. Onlangs liep ik door het winkelcentrum toen ik kordaat werd begroet door een politieagent, die informeerde wat ik aan het doen was. Ehhh, een boodschap…?! Nog geen vijftig meter verderop werd ik aangesproken door een agente in burger: “Goedemiddag meneer, wat bent u aan het doen?” “Nou… wat bent ù aan het doen? Een paar stappen terug sprak uw collega mij ook al aan.”

Ze legde me uit dat de politie werkte aan de vergroting van “toezicht en veiligheid” voor het winkelend publiek en daarom zichtbaar aanwezig was. Het is een bekend dilemma op het openbare toneel – voelen mensen zich met meer blauw op straat nu wel of niet veiliger? Waarop ik haar vertelde dat ik door al die aandacht absoluut het idee had dat het met het toezicht wel snor zat, maar dat ik me er bepaald minder door op mijn gemak voelde.

*) Peter Kee: Het briefje van Bleeker. Atlas Contact 2012, ISBN 978 90 254 3962 0