Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

Folder

Het is een van de eerste treden op de participatieladder: informeren. Doorgaans van de overheid naar burgers. Dan krijg je een folder in de bus dat je straat wordt opgebroken, of de bouw op het overgeschoten terreintje iets verderop nu toch écht begint. Maar het kan ook de andere kant op: de gemeente vraagt informatie van bewoners en gebruikt die in de beleidscyclus. Het lijkt een eenvoudige transactie; hoe moeilijk kan het zijn?

Onderzoek

Onlangs kon ik meedoen aan een online onderzoek van mijn gemeente. Voel ik me senang in mijn woonomgeving, heb ik daar invloed op, ben ik actief in mijn buurt? Door de items klikkend viel me op, dat zo’n onderzoek nogal wat vraagt. Geduld (ik was al gauw een half uur bezig), beheersing van het Nederlands, overzicht in tijd, ruimte en de reikwijdte van je eigen handelen, een verbinding met het internet. En een beetje welwillendheid en vertrouwen. Want hoe de gemeente informatie en kennis maakt van mijn data vertelde ze er niet bij. Ik kon de vragen ook op papier of telefonisch beantwoorden. Dat veronderstelt dat ik kan lezen en schrijven, of een telefoon heb. Maar wat nou, als ik dat allemaal niet heb, kan, ben, wil of bezit?

Vertekening

Oftewel: de keuze van het participatie-instrument brengt vertekening mee. Met een online onderzoek bereik ik andere mensen dan met een gesprek in een focusgroep, of als ik langs de deuren ga. Dat is een risico, maar ik kan die vertekening ook in mijn voordeel laten werken. De Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, de Hogeschool Utrecht en Citisens maken daarvan handig gebruik. Zij onderzoeken welke effecten het heeft als je inwoners benadert op een manier die goed past bij hun betrokkenheidsprofiel.

Profiel

Er zijn acht van zulke profielen, variërend van Kritische Vernieuwers (kenmerken: geïnformeerd, mondiaal betrokken, kritisch), via Zelfbewuste Aanpakkers (komen zelf in actie) tot Eigengereide Digitalen (voelen zich niet vertegenwoordigd of zelfs genegeerd). Elk profiel vraagt een andere benadering. De online enquête die mij werd voorgeschoteld past vooral goed bij de Honkvaste Buurtbewoners (geen gevoel van invloed in bredere context) en Geïnformeerde Gezinsdrukte (wel wil om mee te doen, maar nu geen prioriteit). Hm, ik voel me bij geen van beide thuis en bovendien:  de gemeente laat nu zes betrokkenheidsprofielen liggen, die samen en over Nederland gerekend optellen tot 69% van de bevolking!

Hard

Dat kan dus beter. Als de gemeente naast die enquête andere participatievormen inzet, bereikt ze ook bewoners van mijn buurt met andere betrokkenheidsprofielen. De hogescholen en Citisens hebben in de gemeenten Overbetuwe en Utrecht uitgezocht of zo’n gevarieerde benadering zin heeft, en de eerste resultaten zijn positief. Maar voor harde uitspraken is meer onderzoek nodig.

Verkoop

Overigens: de betrokkenheidsprofielen bouwen voort op klantsegmentatiemodellen van Whooz, en met Whooz haal je, volgens hun website, “maximaal rendement uit klanten en prospects”. Misschien wel daarom spreekt er een onbekommerd soort opportunisme uit deze aanpak van participatie. Hoe meer participatie je verkoopt, des te beter. En mensen kopen graag iets naar hun eigen beeld en voorstelling. Dus niet: betrokkenheid door het afstaan van informatie. Maar: uitzicht op concrete actie. Of: gehoord worden. Of: het algemeen belang dienen. Of: een goede tijdsinvestering. Zo bezien is ook iets eenvoudigs als (je) informeren een transactie van koop en verkoop, die je zorgvuldig moet vormgeven om de koop te sluiten.