Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Schuren

Macht en procesmanagement lijken wel gescheiden van tafel en bed. Ze hebben met elkaar te maken, zijn ogenschijnlijk uit elkaar, maar ook weer niet helemaal. Sla er de – schaarse – hand- en praktijkboeken maar op na: macht komt in het trefwoordenregister niet of nauwelijks voor en wordt in de hoofdtekst hooguit met een paar alinea’s afgedaan.

Maar waarom is het zo’n ongemakkelijk huwelijk? Het concept “macht” schuurt met twee basisveronderstellingen van procesmanagement. Zo zit in vrijwel elke vorm van procesmanagement de veronderstelling dat het mogelijk is, oplossingen te bedenken waarbij iedereen wint. We vergroten de taart net zo lang, tot er voor iedereen een stukje is. Dat is natuurlijk onzin, want voor niets gaat alleen de zon op en de rekening komt altijd ergens neer. Partijen zullen doen wat in hun macht ligt om te voorkomen dat ze meer moeten bijdragen dan ze willen.

Gelijkwaardig?

Een tweede basisveronderstelling waar macht mee schuurt is die van het level playing field: personen en partijen zijn voor een procesronde in een situatie van gelijkwaardigheid gebracht. Voor sommigen betekent dat een stijging in positie, omdat ze tijdelijk worden bekleed met rechten en plichten die ze anders niet hebben. Denk aan de buurtbewoners die hun ideeën over de inrichting van de openbare ruimte in een workshop kwijt kunnen. Voor anderen betekent dat een tijdelijke daling omdat ze voor even afzien van hun formele machtspositie, maar zij weten ook dat ze, als het erop aan komt, zij daar altijd op kunnen terugvallen. De have not’s weten dat ook, en daarom is de afspraak tot een level playing field een van de sluiers van Salomé – en die met een machtsanalyse wegtrekken verheldert weliswaar het beeld, maar vermindert de verleiding.

Newspeak

Recent onderzocht de WRR hoe beleidsmakers burgers meer kunnen betrekken bij het “actief vormgeven van de samenleving”. Het rapport laat zich lezen als een kroniek van het ontbrekende wederzijdse vertrouwen tussen beleidsmakers en burgers. Tegelijk maakt de titel “Vertrouwen in burgers” duidelijk waar volgens de WRR het initiatief ligt. Om de kansen van burgerparticipatie en -initiatief “…ten volle te benutten moeten beleidsmakers burgers vertrouwen en de ruimte bieden voor betrokkenheid”. Dat vertrouwen is er niet vanzelfsprekend, aldus de WRR, “maar verlangt denken vanuit burgers, voortdurend investeren, en het scheppen van voorwaarden voor verandering”.

De Raad zoekt het in de “doe-democratie”, gestut door vormen van samen-, dwars-, tegen- en bovenbinding – een weinig fraaie newspeak die het zicht beneemt op de onderliggende machtsprocessen.

Rekening

Want wie betaalt de rekening van de doe-democratie, die door (gemeentelijke) overheden met geldgebrek en onder aanroeping van de eigen kracht van de burgers gretig wordt omarmd? Volg het spoor van de bezuinigingen voor een aanzet tot een antwoord. Wie onmachtig is, dat wil zeggen: geen benul heeft van tegenspel of daar niet voor geëquipeerd is, heeft het nakijken.

En hoe level is het playing field van burgers en beleidsmakers? Uiteindelijk winnen “de burgers” altijd – zij maken na vier jaar de rekening op, sturen de politici zo nodig van het veld en zijn zelf uitgezonderd van rode kaarten. Iedere politicus weet dat hij de macht in bruikleen heeft en is doorgaans benauwd, haar te verliezen.