Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Data

Hoe maak ik een informatief verhaal van een verzameling gegevens? En hetzelfde, maar dan omgedraaid: waarom vertelt iemand mij zijn verhaal zoals hij het vertelt? Het zijn vragen die iedereen zich hopelijk stelt die zich bezighoudt met een gezamenlijke fact finding zoals in de Mutual Gains Approach, of met het in beeld brengen van de context of het verkennen van het speelveld zoals in Samenwerking in Procesmanagement. Data alleen zeggen niets – je moet ze verwerken om er informatie van te maken. En een verhaal kun je retro-engineeren om meer te ontdekken over de verteller ervan. Je hebt er drie hulpvragen bij nodig.

Zeventienduizend

Onlangs bracht ik een bezoekje aan de verzameling die een muziekliefhebber, zelf saxofonist, na een lang leven collectioneren had nagelaten. Wat grenzeloze toewijding vermag: kasten vol langspeelplaten langs de lange zijden van een uit de kluiten gewassen luisterkamer, en in een kamertje apart de compact discs. Zo’n zeventienduizend geluidsdragers in totaal, louter jazz.

Er stond ook mooie apparatuur voor een realistische en moeiteloze muziekweergave. Hier had iemand vele uren genoeglijk doorgebracht. Maar vraag je niet af: “Zou hij dit allemaal beluisterd hebben?” Het is snel uitgerekend dat zelfs een lang leven daar niet genoeg tijd voor biedt en het gaat bovendien voorbij aan de kunst van het verzamelen.

Een verzamelaar bouwt met zijn verzameling aan overzicht over en inzicht in het object van zijn verzameling en hoopt stiekem dat het nooit ophoudt – want de essentie van een goede verzameling is dat ze nooit af is. Denk aan het laatste plaatje dat je in je voetbalplaatjesboek plakte. Dat gaf even voldoening, maar daarna belandde het album hoogstwaarschijnlijk  al gauw in het vergeethoekje.

Vos

Als een vos in de kippenren – zo voelde ik mij. Zoveel jazzweelde werkt licht intimiderend. Waar te beginnen? Hoe dring ik tot deze massieve verzameling door? Eerst maar eens de rijen afkijken: wat staat er zoal en vooral: hoe staat het er? Niet op label, niet op tijdvak, dat was al snel duidelijk – op alfabet dan? Mja, maar niet helemaal, want bij de “G” zag ik “GO!” van Dexter Gordon en “Free”  van Benny Golson, maar ook “Full House”  van Wes Montgomery.

Drie hulpvragen

Wat bleek: alles stond op alfabet van belangrijkste meespelende saxofonist. Op die plaat van Montgomery speelt Johnny Griffin op altsax – daarom stond die LP niet bij de M maar bij de G… Niet de gitarist – of pianist, of trompettist, of vibrafonist – maar de saxofonist deed ertoe. De verzamelaar had zijn verzameling rondom dat instrument opgebouwd.

Om die immense set aan data te verwerken tot een informatief verhaal waren drie vragen belangrijk. Hoeveel data zijn er? Wat je telt is kennelijk belangrijk en, in tegenstelling tot wat Yoda zegt: size matters. Welke ordening zie ik in de data? Net als tellen is ordenen een machtshandeling: je geeft data een structuur, en die onthult en verhult. Geordend op label zijn dezelfde LP’s een andere verzameling dan geordend op hoeskleur. En welke betekenis zie ik in omvang en ordening? Hier vertelde de omvang iets over intensiteit, middelen, toewijding. En de eigenzinnige ordening weerspiegelde de centrale plek die de saxofoon had ingenomen in het leven van een gepassioneerde liefhebber en verzamelaar.