Marie-Josée Dries - 06 22455433       Gert van der Kolk - 06 51050119 info@oio.nl

PDF

Trits

Een verre echo van het ik-tijdperk is de opvatting dat je werk een hulpmiddel is voor zelfverwerkelijking. In de jaren ’90 en daarna kreeg die gedachte een prominente plaats in cursussen en coachingstrajecten die erop waren gericht om mensen zich in hun werk senang te laten voelen *).

Een in die tijd veel gehoorde trits was: “Ik heb een baan, ik ben mijn baan, ik ben mijzelf in mijn baan”. De laatste staat, ik ben mijzelf, was natuurlijk het begeerlijkst. Wie een baan had, draaide plichtmatig zijn rondjes. Wie zijn baan was, had zichzelf in zijn werk verloren. Wie zichzelf was, was … zichzelf. Beter kon niet. Nu de werkloosheid oploopt past natuurlijk de nuance dat veel mensen blij zijn als ze een baan hebben (gevonden), maar dat doet niets af aan de populariteit van het idee dat je ook in je werk “trouw aan” of “dicht bij” jezelf moet blijven.

Samenvallen

Overigens blijken ook dingen dicht bij zichzelf te kunnen blijven, althans volgens Van Lanschotbaas Karl Guha, die in een NRC-interview (18 & 19 mei) de switch naar vermogensbeheer voor rijke- én armelui ondermeer motiveerde met de oneliner: “Je moet trouw blijven aan jezelf, ook als bedrijf.”

Wie in zijn werk dicht bij zichzelf blijft, laat taak, rol en verantwoordelijkheid met het “zelf” samenvallen. Zoals eerder opgemerkt is dat voor de professionele ontwikkeling van een toch al rudimentair beschreven vak als procesmanager onbevredigend. Zo’n particuliere uitspraak is immers letterlijk niet navolgbaar, noch voor discussie vatbaar. Een benadering als die van socioloog Erving Goffman is dat wel; hij ziet het “zelf” als een product van de voorstellingen die wij in onze persoonlijke en professionele praktijk geven. Die voorstellingen hebben een publiek, een bühne en coulissen en in de zienswijze van Goffman wordt het “zelf” sociaal gevormd, in de – professionele – interactie met anderen.

Zelfkennis

In “De ogen van de ander” gaat Christien Brinkgreve (hoogleraar Sociale Wetenschappen in Utrecht en coauteur van de sociologische evergreen “Margriet weet raad”) op zoek naar de sociale bronnen van ons zelf **) In kort bestek laat ze zien hoe het denken over en de perceptie van het “zelf” in de loop der tijd verandert – hoe het zelf en zelfkennis gericht raken “op de buitenwereld, op de arbeidsmarkt, om beter toegerust te zijn voor veeleisende posities op het werk” en hoe de vraag wie men is direct wordt “omgezet in wat men is, welk beroep mensen uitoefenen of waar ze werken”. De mooiste zin in haar boek is van Bram de Swaan: “Zelfkennis krijg je van anderen.”

Anderen

Wie zijn dan die anderen? In een professionele contex wat ons betreft: de peergroup van vakgenoten, de klant of opdrachtgever, en de organisatie waar je voor werkt. Wie het met zichzelf als professional goed voor heeft, gaat op zoek naar de eisen die zijn organisatie aan hem stelt: hoe handel ik goed? Ook raadpleegt hij zijn klant of opdrachtgever: hoe heb ik het gedaan? En stelt hij zijn collega’s de vragen: hoe beoordelen jullie mijn handelen? hoe zouden jullie handelen, als je in mijn schoenen stond?

 

*) Zie bijvoorbeeld het handboek “Coaching. Een inleiding voor praktijk en opleiding” van Astrid Schreyögg, uit 1996

**) Christien Brinkgreve: De ogen van de ander. Augustus, derde druk 2011.